ECLI:NL:RBMAA:2006:AW4498
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijstelling en bouwvergunning voor hostel aan Maasboulevard
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de gemeente Maastricht waarbij vrijstelling werd verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en een bouwvergunning voor de vestiging van een hostel en verbouwing van een pand aan de Maasboulevard. Verzoekster stelde dat zij niet gehoord was tijdens een hoorzitting en dat een andere vrijstellingsprocedure gevolgd had moeten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de hoorplicht niet vereist dat elk uitstelverzoek wordt gehonoreerd en dat verweerder een reële mogelijkheid had geboden om het bezwaar toe te lichten. Verzoekster had niet adequaat gereageerd op voorgestelde data. Ook was volgens vaste rechtspraak de vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, WRO correct toegepast, en niet die van het eerste lid.
Verder kon de mogelijke concurrentie van het hostel geen grond zijn voor weigering van de vrijstelling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat de hoofdzaak reeds voldoende was onderzocht en geen spoedeisend belang bestond.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende vrijstelling en bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.