ECLI:NL:RBMAA:2006:AY3142
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Elzinga
- P.E.C.M. Dahmen
- M.A.M. van Uum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor afpersing en poging diefstal met geweld en bedreiging
De rechtbank Maastricht heeft op 16 juni 2006 een minderjarige veroordeeld voor afpersing gepleegd met geweld en bedreiging, en poging tot diefstal door middel van valse sleutels. De feiten vonden plaats op 6 februari 2006 in Heerlen, waarbij twee slachtoffers werden gedwongen hun eigendommen af te geven onder geweld en bedreiging.
Psychologisch en psychiatrisch onderzoek toonde aan dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een gebrekkige en gestoorde ontwikkeling van zijn geestvermogens, met een persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling en zwakke cognitieve toerusting. De recidivekans werd als groot ingeschat, waardoor een behandeling binnen een ortho-psychiatrische inrichting werd geadviseerd.
De rechtbank legde een maatregel op van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van twee jaar, waarvan het tenuitvoerleggen werd voorwaardelijk gesteld met een proeftijd van twee jaar. Een bijzondere voorwaarde is behandeling in een gespecialiseerde instelling, zoals de afdeling “Dichterbij” te Oostrum. Tevens werd de verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan de slachtoffers en werd een eerdere opgelegde jeugddetentie alsnog tenuitvoer gelegd.
De rechtbank hield rekening met het gewelddadige karakter van de feiten, de ernst van de schade bij de slachtoffers, de verminderd toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en de noodzaak van een intensieve klinische behandeling om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot voorwaardelijke plaatsing in inrichting voor jeugdigen met behandeling en betaling van schadevergoeding.