ECLI:NL:RBMAA:2006:AY3404
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.E.C.M. Dahmen
- W.E. Elzinga
- M.A.M. van Uum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor poging tot doodslag gevolgd door verkrachting en diefstal
De rechtbank Maastricht heeft op 16 juni 2006 een minderjarige veroordeeld voor poging tot doodslag gevolgd door verkrachting en voor diefstal gepleegd samen met een ander. Het hof achtte bewezen dat het opzet van de verdachte gericht was op het uitschakelen van het slachtoffer om haar te kunnen verkrachten, waarbij excessief geweld werd gebruikt.
Psychiatrisch en psychologisch onderzoek toonde aan dat de verdachte leed aan een ernstige antisociale gedragsstoornis met ADHD en reactieve hechtingsstoornis, wat leidde tot een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank achtte een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming noodzakelijk en legde een jeugddetentie van tien maanden op, met daarnaast een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor twee jaar, gericht op intensieve orthopedagogische behandeling.
De rechtbank kende aan het slachtoffer een schadevergoeding toe van €4.426,18 voor materiële en immateriële schade. De opgelegde straf houdt rekening met de ernst van het delict, het geweldsgebruik, het recidivegevaar en de maatschappelijke veiligheid. De verdachte kreeg tevens vermindering van de straf wegens de tijd in voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden jeugddetentie en twee jaar plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens poging tot doodslag gevolgd door verkrachting en diefstal.