ECLI:NL:RBMAA:2006:AY4903
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.H.M.J. baron van Hövell tot Westerflier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling finale kwijting en betaling achterstallig vakantiegeld en kosten na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat de aan gedaagde verleende finale kwijting slechts ziet op de periode na 13 januari 2005. Tevens vordert hij betaling van achterstallig vakantiegeld, vergoeding voor vakantiekrachten en onterecht ingehouden pensioenpremie over 2004, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.
Gedaagde betwist de vorderingen niet in hoofde van de bedragen, maar stelt dat de beëindigingsovereenkomst van 11 maart 2005 finale kwijting inhoudt voor de gehele periode, inclusief die vóór 13 januari 2005. Eiser stelt dat tijdens onderhandelingen geen finale kwijting voor de periode vóór genoemde datum is besproken en dat de vorderingen daarom niet onder de kwijting vallen.
De rechtbank overweegt dat de brief van de gemachtigde van eiser waarin wordt verzocht om afrekening van vakantiegeld en openstaande vakantiedagen een voorbehoud inhoudt ten aanzien van deze posten. De vordering wordt daarom toegewezen, met uitzondering van de pensioenpremie. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het netto-equivalent van € 3.158,26 bruto, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten van € 535,50 en wettelijke rente vanaf 15 maart 2005. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig vakantiegeld, vakantiekrachtenvergoeding en buitengerechtelijke kosten, met wettelijke rente vanaf 15 maart 2005.