ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5695
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.G.L. van der Aa
- P.E.C.M. Dahmen
- Th.J.M. Oostdijk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkrachting met bedreiging en gedeeltelijke vrijspraak mishandeling
Op 25 september 2005 heeft de verdachte te Geleen de benadeelde partij door middel van geweld en bedreiging gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het binnendringen van haar lichaam met de penis van de verdachte. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde het als verkrachting.
De tenlastelegging van opzettelijke mishandeling door het drukken van een hand op de borst van het slachtoffer werd niet bewezen verklaard, waarop de verdachte daarvoor werd vrijgesproken. De verklaringen van het slachtoffer vertoonden enkele tegenstrijdigheden, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet de betrouwbaarheid van de aangifte aantastte, mede gelet op de algemene ervaringsregels omtrent traumatische zedendelicten.
De verdachte werd onderzocht door een klinisch psycholoog, die concludeerde dat hij ten tijde van het delict een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid had. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van de verdachte, en de psychische impact op het slachtoffer. De verdachte werd veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden omtrent reclassering en behandeling.
De rechtbank kende aan het slachtoffer een schadevergoeding toe van €7.500 wegens de door het strafbare feit toegebrachte schade. Tevens werden voorwaarden gesteld omtrent de betaling en vervangende hechtenis bij niet-nakoming. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 5 juli 2006.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor verkrachting met bedreiging en deels vrijgesproken voor mishandeling; slachtoffer toegewezen €7.500 schadevergoeding.