ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5702
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.J.M. Oostdijk
- B.G.L. van der Aa
- P.E.C.M. Dahmen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag met voorwaardelijke gevangenisstraf en contactverbod
Op 17 december 2005 heeft de verdachte te Born geprobeerd het slachtoffer te doden door het gezicht met kussens te bedekken en de keel dicht te drukken, waarbij het misdrijf niet is voltooid. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde het als poging tot doodslag.
Tijdens het proces werd een psychiatrisch onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat de verdachte ten tijde van het feit een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid had. De raadsvrouwe pleitte vrijspraak, maar de rechtbank oordeelde dat de strafbaarheid niet werd uitgesloten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een contact- en straatverbod ten aanzien van het slachtoffer en deelname aan begeleiding en behandeling via de reclassering en een groep voor huiselijk geweld.
De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het geweld plaatsvond (in de woning van het slachtoffer), en het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder een contact- en straatverbod.