ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5702

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
5 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03-700848-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 45 SrArt. 287 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging tot doodslag met voorwaardelijke gevangenisstraf en contactverbod

Op 17 december 2005 heeft de verdachte te Born geprobeerd het slachtoffer te doden door het gezicht met kussens te bedekken en de keel dicht te drukken, waarbij het misdrijf niet is voltooid. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde het als poging tot doodslag.

Tijdens het proces werd een psychiatrisch onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat de verdachte ten tijde van het feit een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid had. De raadsvrouwe pleitte vrijspraak, maar de rechtbank oordeelde dat de strafbaarheid niet werd uitgesloten.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een contact- en straatverbod ten aanzien van het slachtoffer en deelname aan begeleiding en behandeling via de reclassering en een groep voor huiselijk geweld.

De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het geweld plaatsvond (in de woning van het slachtoffer), en het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder een contact- en straatverbod.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/700848-05
Datum uitspraak: 5 juli 2006
Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],
wonende te [adres verdachte],
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - HvB Overmaze, Willem Alexanderweg 21 te Maastricht.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 17 december 2005 te Born, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet hij, verdachte, een of meer kussen(s) in het gezicht van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en/of de keel van die [naam slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of die [naam slachtoffer] in een wurggreep heeft gehouden, terwijl de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij op of omstreeks 17 december 2005 te Born, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet hij, verdachte, een of meer kussen(s) in het gezicht van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en/of de keel van die [naam slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of die [naam slachtoffer] in een wurggreep heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is
voltooid.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 17 december 2005 te Born, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet een of meer kussen(s) in het gezicht van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt en de keel van die [naam slachtoffer] heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt gehouden en die [naam slachtoffer] in een wurggreep heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De bewijsmiddelen
De beslissing van de rechtbank, dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, steunt op de inhoud van de bewijsmiddelen, houdende de daartoe redengevende feiten en omstandigheden.
De kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op een strafbaar feit en moet worden gekwalificeerd als volgt:
Primair:
poging tot doodslag.
De strafbaarheid van de verdachte
Ten aanzien van verdachte is door dr. C.E.P. Dillen, forensisch psychiater en drs. A.F.J.M. Zwegers, psycholoog/neuropsycholoog, een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ingesteld en van dat onderzoek hebben genoemde psychiater en psycholoog een rapport, respectievelijk gedateerd 21 maart 2006 en 19 april 2006, opgemaakt, welke rapporten vermelden – als conclusie – dat onderzochte ten tijde van het plegen van het hem ten laste gelegde feit lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens, dat dit feit – indien bewezen – hem in licht verminderde mate kan worden toegerekend.
De rechtbank verenigt zich, gelet op de daarvoor gegeven gronden, geheel met de in de rapporten gegeven conclusie en maakt deze mitsdien tot de hare.
Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.
De redengeving van de op te leggen straf
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden:
- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de richtlijnen van de
reclassering, ook indien zulks inhoudt dat de verdachte zal deelnemen aan een
behandeling bij de Forensische Polikliniek “De Horst” te Maastricht of een
gelijkwaardige instelling voor individuele psychotherapie en dat de verdachte gedurende
de proeftijd zal deelnemen aan de plegersgroep “huiselijk geweld”;
- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan een straat- en contactverbod
ten aanzien van het slachtoffer [naam slachtoffer].
De raadsvrouwe heeft ter zake van het ten laste gelegde onder primair en subsidiair geconcludeerd tot vrijspraak.
Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en door of namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving.
De rechtbank heeft tevens rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte inbreuk heeft gemaakt op de gevoelens van veiligheid en geborgenheid, doordat het geweld heeft plaatsgevonden in de eigen woning van het slachtoffer.
Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte nog niet eerder is veroordeeld.
De toepasselijke wettelijke bepalingen
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
DE BESLISSINGEN:
De rechtbank
- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en dat de verdachte strafbaar is;
- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf
voor de tijd van DERTIG maanden;
- beveelt, dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot TIEN maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit, dan wel de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:
• dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door de Reclassering Nederland, Regio Limburg, Unit Maastricht, gevestigd te 6224 LA Maastricht, Heerderweg 25, te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook indien zulks inhoudt dat de veroordeelde zal deelnemen aan een behandeling bij de Forensische Polikliniek "De Horst" te Maastricht of een gelijkwaardige instelling voor individuele psychotherapie en dat de veroordeelde zal deelnemen aan de groep "huiselijk geweld";
• dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met het slachtoffer [naam slachtoffer] en zich niet zal begeven in of in een straal van vijftig meter van de straat alwaar het slachtoffer woonachtig is;
- geeft opdracht aan genoemde instelling aan de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is aldus gewezen door mr. Th.J.M. Oostdijk, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en mr. P.E.C.M. Dahmen, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 juli 2006.