ECLI:NL:RBMAA:2006:AY7608
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Oosterman--Meulenbeld
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beslagvrije voet voor schuldenaar woonachtig in het buitenland
De man, woonachtig in Ecuador, werd veroordeeld tot het betalen van een onderhoudsbijdrage voor zijn minderjarige zoon. Omdat hij niet vrijwillig betaalde, werd beslag gelegd op zijn Fpu-uitkering in Nederland. De man verzocht om vaststelling van een beslagvrije voet voor zijn gezin, aangezien zijn inkomen volledig onder beslag lag en hij tevens financiële verplichtingen had.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslagvrije voet voor echtgenoten niet automatisch geldt voor schuldenaren die niet in Nederland wonen. De man kon geen bewijs overleggen van zijn inkomenspositie in Ecuador, maar er waren ook geen aanwijzingen dat hij inkomsten had in Nederland of Ecuador buiten de Fpu-uitkering. De rechtbank nam het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in Ecuador als uitgangspunt en stelde de beslagvrije voet vast op 90% daarvan.
De vrouw verzocht het verzoek af te wijzen en betoogde dat er geen sprake was van onvoldoende middelen en dat de beslaglegging terecht was voor de kosten van verzorging en opvoeding. De rechtbank wees terugwerkende kracht af, omdat de geïnde bedragen reeds waren besteed. De beslagvrije voet werd vastgesteld met ingang van 1 mei 2006 en proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De beslagvrije voet van de man wordt vastgesteld op € 84,70 per maand met ingang van 1 mei 2006 zonder terugwerkende kracht.