ECLI:NL:RBMAA:2006:AY7899
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontheffing Flora- en faunawet voor kap ENCI-bos met behoud gunstige staat hazelworm
De Rechtbank Maastricht behandelde het beroep van Stichting Enci Stop tegen het besluit van 27 juli 2006 waarbij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ontheffing verleende aan ENCI BV voor het kappen van het ENCI-bos, ondanks bezwaren over de bescherming van diverse diersoorten.
De voorzieningenrechter had eerder het besluit van 22 april 2005 geschorst vanwege onvoldoende motivering en onderzoek naar de staat van instandhouding van beschermde soorten. Na aanvullend onderzoek en het intrekken en hernieuwen van de ontheffing op 24 oktober 2005, werd de kap op 13 maart 2006 uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de ontheffing terecht was verleend, met name voor de hazelworm waarvoor specifieke mitigerende maatregelen zijn getroffen. Er is voldoende alternatief leefgebied en de gunstige staat van instandhouding wordt niet aangetast. Andere soorten behoefden geen ontheffing omdat geen vaste rust- of verblijfplaatsen waren aangetroffen. De stelling van SES dat alternatieven voor de kap aanwezig waren, werd verworpen op basis van gedegen mijnbouwkundige berekeningen.
Gelet op het belang van werkgelegenheid in Zuid-Limburg werd het beroep ongegrond verklaard, de eerdere schorsing opgeheven en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Enci Stop wordt ongegrond verklaard en de ontheffing voor het kappen van het ENCI-bos blijft van kracht met voorwaarden ter bescherming van de hazelworm.