ECLI:NL:RBMAA:2006:AY9229
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.L.J. Voogt
- J.H. Klifman
- W.A.P. Hillen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mishandeling vader met verminderd toerekeningsvatbaarheid
Op 13 juni 2006 mishandelde verdachte zijn vader in de gemeente Eijsden door met vuisten te slaan, te schoppen en te bijten, waardoor het slachtoffer letsel en pijn ondervond. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde het als mishandeling binnen een familierechtelijke betrekking.
De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze beroepen omdat de feiten en omstandigheden niet aannemelijk waren en de verklaringen van de ouders van verdachte niet overeenkwamen met de verdediging. Psychologisch en psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis, alcoholafhankelijkheid en een depressieve stoornis, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid.
De rechtbank achtte een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming passend gezien de ernst van het feit, eerdere veroordelingen en het persoonlijk leed van het slachtoffer. Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf gedeeltelijk ten uitvoer gelegd wegens een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.
De opgelegde straf bedroeg 10 weken gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. De voorlopige hechtenis werd opgeheven zodra deze gelijk was aan de opgelegde strafduur. De bijzondere voorwaarden van de eerdere voorwaardelijke straf bleven gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 weken gevangenisstraf wegens mishandeling van zijn vader met verminderd toerekeningsvatbaarheid.