ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ1430
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak noodweerexces en taakstraf voor poging tot diefstal en mishandeling
De rechtbank Maastricht heeft op 12 oktober 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van poging tot doodslag, poging tot diefstal met braak, en mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, het meermalen slaan met een houten hamer op het hoofd van zijn vader, pleegde ter noodzakelijke verdediging van diens persoon die ogenblikkelijk en wederrechtelijk werd aangerand. Door een hevige gemoedsbeweging overschreed hij echter de grenzen van noodzakelijke verdediging, wat kwalificeert als noodweerexces. Daarom werd hij voor dat feit niet strafbaar verklaard en van alle rechtsvervolging ontslagen.
Voor de overige feiten, waaronder poging tot diefstal uit personenauto's door braak en mishandeling, werd de verdachte wel schuldig bevonden. De rechtbank veroordeelde hem tot een taakstraf van 140 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werden voorwaarden gesteld aan de proeftijd en werd vervangende hechtenis bij niet-naleving uitgesproken.
De benadeelde partij kon geen vordering tot schadevergoeding indienen voor het feit waarvoor de verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging. De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten.
De uitspraak is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van A.C.A. Schreinemakers en de rechters J.R. Sijmonsma en A.J. Henzen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens noodweerexces en veroordeeld tot een taakstraf van 140 uren voor poging tot diefstal en mishandeling.