ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ2056
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.J.M. Oostdijk
- I. Becker-Hartenhof
- T.A.J.M. Provaas
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrift en nalaten gegevensverstrekking bij sociale verzekeringsbank
De rechtbank Maastricht heeft op 31 oktober 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met een medeverdachte een gezamenlijke huishouding voerde sinds juni 2002. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk valselijk invullen van formulieren in het kader van de Algemene nabestaandenwet en de Algemene ouderdomswet, en het nalaten van tijdige gegevensverstrekking aan de Sociale Verzekeringsbank.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte valsheid in geschrift heeft gepleegd door onjuiste opgaven te doen over de woonsituatie op inkomensopgaveformulieren en AOW-aanvraagformulieren. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk naliet tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan de Sociale Verzekeringsbank, hoewel een deel van deze tenlastelegging niet bewezen werd verklaard.
De verdediging voerde aan dat geen gezamenlijke huishouding bestond en dat de feiten niet opzettelijk waren gepleegd, maar deze verweren werden verworpen. De rechtbank nam ook een verklaring van de medeverdachte mee die bevestigde dat verdachte op de hoogte was van de gezamenlijke huishouding en bewust onjuiste gegevens verstrekte.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 60 uur, die niet direct tenuitvoer wordt gelegd tenzij binnen een proeftijd van twee jaar opnieuw een strafbaar feit wordt gepleegd. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met het terugbetalen van het fraudebedrag en de verslechterde gezondheidstoestand van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van twee jaar wegens valsheid in geschrift en nalaten tijdige gegevensverstrekking.