ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ3296

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
7 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03-005785-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzettelijk inrijden op fietser met dodelijke afloop

De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk beroven van het leven van een fietser door met een auto op het slachtoffer in te rijden. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan vier voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur.

Tijdens de terechtzittingen op 22 juni 2005 en 24 oktober 2006 werd vastgesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte bewust en met hoge snelheid op het slachtoffer was ingereden. De rechtbank oordeelde dat de kans dat het slachtoffer zou overlijden door het handelen van verdachte niet aannemelijk was.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en werden geen kosten aan verdachte opgelegd.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk en bewust inrijden met dodelijke afloop.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/005785-04
Datum uitspraak: 7 november 2006
Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 juni 2005 en
24 oktober 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],
wonende te [adres verdachte].
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
zij op 13 november 2004 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door haar, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met een door haar, verdachte, bestuurde personenauto welbewust is ingereden op die [naam slachtoffer], terwijl die [naam slachtoffer] op een fiets reed, althans zat, en/of tegen die [naam slachtoffer] is aangereden en/of die [naam slachtoffer] omver heeft gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Het requisitoir
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 22 juni 2005 gevorderd dat de verdachte terzake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de richtlijnen van de reclassering, en
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van tweehonderdveertig uren.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 24 oktober 2006 bij deze vordering gepersisteerd.
De raadsvrouwe heeft wederom geconcludeerd tot vrijspraak.
De vrijspraak
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de verdachte welbewust op [naam slachtoffer] is ingereden, terwijl die [naam slachtoffer] op een fiets reed. Evenmin is komen vast te staan dat de verdachte op die korte afstand met een zeer hoge snelheid is ingereden op die [naam slachtoffer]. Onder voormelde omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank naar algemene ervaringsregels de kans dat [naam slachtoffer] zou komen te overlijden door het op de wijze als verdachte heeft gedaan inrijden op die [naam slachtoffer] niet aannemelijk te achten.
Mitsdien wordt de verdachte van het ten laste gelegde vrijgesproken.
DE BESLISSINGEN:
De rechtbank
- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;
- verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer], [adres slachtoffer], in
haar vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de benadeelde partij [naam slachtoffer] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is aldus gewezen door mr. Th.J.M. Oostdijk, voorzitter, mr. M.E. Kramer en
mr. I.M.T. Wijnands, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 november 2006.