ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ3356
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. Hillen
- I. Becker-Hartenhof
- H.M.J. Quaedvlieg
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging en plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Maastricht behandelde op 7 november 2006 een zaak tegen verdachte, die meerdere strafbare feiten had begaan, waaronder mishandeling, bedreiging en belediging. De tenlasteleggingen betroffen incidenten in 2004, 2005 en 2006, waarbij slachtoffers werden mishandeld en bedreigd.
Tijdens het proces werden twee deskundigenrapporten over de geestvermogens van verdachte overlegd. Psycholoog drs. M.M. van der Veer concludeerde dat verdachte leed aan wanen en paranoïde gedachten met een tekortschietende realiteitstoetsing, wat leidde tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Psychiater dhr. P.J. Vervoort kon geen uitspraak doen over de toerekeningsvatbaarheid ten tijde van de feiten, maar stelde wel een actuele psychose vast.
De rechtbank volgde het rapport van drs. Van der Veer en oordeelde dat verdachte niet strafbaar is wegens de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Gezien het gevaar dat verdachte vormt voor anderen en het advies van opname in een psychiatrisch ziekenhuis, legde de rechtbank een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar op.
Daarnaast sprak de rechtbank verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde gevangenisstraf werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.