ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ3366

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
1 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03-010481-04
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 SrArt. 67 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken redelijk strafrechtelijk doel bij verblijf vreemdeling

De verdachte werd vervolgd wegens het illegaal verblijven in Nederland terwijl hij als ongewenst vreemdeling was verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens de terechtzitting heeft de rechtbank vastgesteld dat het niet aannemelijk is dat het aan gebrek aan medewerking van de verdachte ligt dat hij Nederland niet op legale wijze kan verlaten.

De rechtbank concludeert dat noch de verdachte noch de Nederlandse autoriteiten in staat zijn om het vertrek van de verdachte op legale wijze te bewerkstelligen. Hierdoor ontbreekt het aan een redelijk strafrechtelijk doel om de verdachte steeds opnieuw te vervolgen voor overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Op basis van deze overwegingen verklaart de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de Rechtbank Maastricht op 1 november 2006.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een redelijk strafrechtelijk doel bij de vervolging van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/010481-04
Datum uitspraak: 1 november 2006
Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 oktober 2006 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
alias:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 10 juli 2004 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het niet aannemelijk is geworden dat het met name aan gebrek aan medewerking van de verdachte te wijten is dat hij Nederland niet op legale wijze kan verlaten. Nu klaarblijkelijk noch de verdachte zelf noch de Nederlandse autoriteiten kunnen bewerkstelligen dat de verdachte op legale wijze Nederland verlaat, dient het steeds opnieuw vervolgen van de verdachte terzake van overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht geen redelijk strafrechtelijk doel meer. De rechtbank zal mitsdien het openbaar ministerie
niet-ontvankelijk verklaren in zijn vervolging van de verdachte terzake van het ten laste gelegde.
DE BESLISSING:
De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
Dit vonnis is aldus gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. J. Wöretshofer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.L.P. Biesmans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 november 2006.