ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ3366
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. van den Berg
- M.E. Kramer
- J. Wöretshofer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken redelijk strafrechtelijk doel bij verblijf vreemdeling
De verdachte werd vervolgd wegens het illegaal verblijven in Nederland terwijl hij als ongewenst vreemdeling was verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens de terechtzitting heeft de rechtbank vastgesteld dat het niet aannemelijk is dat het aan gebrek aan medewerking van de verdachte ligt dat hij Nederland niet op legale wijze kan verlaten.
De rechtbank concludeert dat noch de verdachte noch de Nederlandse autoriteiten in staat zijn om het vertrek van de verdachte op legale wijze te bewerkstelligen. Hierdoor ontbreekt het aan een redelijk strafrechtelijk doel om de verdachte steeds opnieuw te vervolgen voor overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Op basis van deze overwegingen verklaart de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de Rechtbank Maastricht op 1 november 2006.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een redelijk strafrechtelijk doel bij de vervolging van de verdachte.