ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ4491
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.M. van der Bunt
- Rechtspraak.nl
Verdeling lijfrentepolissen bij echtscheiding met uitsluiting gemeenschap en periodiek verrekeningsbeding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap en een Amsterdams periodiek verrekenbeding, waarbij jaarlijks overgespaarde inkomsten verdeeld zouden worden. Tijdens het huwelijk is echter nooit uitvoering gegeven aan deze verrekening en is geen administratie bijgehouden die een verrekening alsnog mogelijk zou maken.
De vrouw vordert de helft van de waarde van de lijfrente van de man, die hij in 1996 heeft aangeschaft met een ontslagvergoeding, terwijl de man eenzelfde vordering instelt ten aanzien van de lijfrente van de vrouw. De vrouw voert aan dat de lijfrente verknocht is en bedoeld om haar inkomensverlies te compenseren, en dat zij het inkomen uit de lijfrente tot aan het verlaten van de woning voor de huishouding heeft gebruikt.
De rechtbank stelt vast dat de ontslagvergoeding niet als actueel inkomen kan worden aangemerkt en dat de lijfrentepolissen niet voor verrekening vatbaar zijn. Ook is door partijen kennelijk de gemeenschappelijke bedoeling geweest om de lijfrentes toe te rekenen aan de partij die ze verworven heeft zonder recht op verrekening.
Daarom wijst de rechtbank zowel de vordering van de vrouw als die van de man af en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot verdeling van de lijfrentepolissen af en compenseert de proceskosten.