ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ5914
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift WW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Eiseres had tegen de beëindiging van haar WW-uitkering bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat zou zijn ingediend. Eiseres stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend, omdat haar echtgenoot het persoonlijk op 4 mei 2005 bij het UWV had afgegeven. Verweerder stelde dat het bezwaar pas op 9 mei 2005 was ontvangen.
De rechtbank beoordeelde of het bezwaar tijdig was ingediend binnen de zeswekentermijn zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Awb, gerekend vanaf de dag na de bekendmaking van het besluit op 24 maart 2005. De termijn zou derhalve op 5 mei 2005 aflopen, maar aangezien 5 mei een erkende feestdag was en 6 mei ook als zodanig was gelijkgesteld, werd de termijn verlengd tot 9 mei 2005.
Gelet op deze termijnverlenging was het bezwaar, zelfs indien het pas op 9 mei 2005 was binnengekomen, tijdig ingediend. De rechtbank oordeelde daarom dat verweerder het bezwaar ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk had verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Het vonnis werd uitgesproken op 17 oktober 2006.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.