ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ6276

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
13 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
157484 CV EXPL 04-2047
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.A.J. Broekman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 lid 1 BWArt. 612 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkgever aansprakelijk voor burn-out werknemer door schending zorgplicht

De rechtbank Maastricht heeft geoordeeld dat de werkgever niet heeft bewezen dat het onjuist is dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden een burn-out met depressieve klachten heeft opgelopen. Tevens is vastgesteld dat de werkgever niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht jegens de werknemer.

De werkgever heeft geen getuigen laten horen en geen andere bewijsmiddelen aangedragen om het tegendeel te bewijzen. Hierdoor is in rechte komen vast te staan dat de werkgever toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar zorgplicht op grond van artikel 7:658 lid 1 BW Pro, en aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.

De rechtbank heeft de schadevergoeding toegewezen, maar vanwege onvoldoende onderbouwing van de schade door de werknemer en betwisting door de werkgever, wordt de hoogte van de schade vastgesteld bij staat. Een voorschot op de schadevergoeding is afgewezen. De proceskosten zijn voor rekening van de werkgever, die grotendeels in het ongelijk is gesteld.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskostenveroordeling. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Werkgever is aansprakelijk voor burn-out werknemer en moet schadevergoeding betalen, nader vast te stellen bij staat.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Heerlen
rolno: 04-2047
zaakno: 157484
typ: M.L.
coll:
Vonnis van de kantonrechter d.d. 13 december 2006
inzake
[Werknemer],
wonende te [Woonplaats werknemer],
eiser,
gemachtigde: mr. W.A. van Veen te Utrecht,
tegen
[Werkgever],
gevestigd en kantoorhoudende te [Vestigingsplaats werkgever],
gedaagde,
gemachtigde mr. H.P.M. Stevelmans te Nuth,
verschijnende bij P.M.F. Otten, gerechtsdeurwaarder.
VERDER PROCESVERLOOP:
Bij vonnis d.d. 23 augustus 2006 is aan [Werkgever] een bewijsopdracht verstrekt.
[Werkgever] heeft van het laten horen van getuigen afgezien en vervolgens heeft iedere partij een conclusie na tussenvonnis ingediend, waarvan de inhoud als hier herhaald geldt.
Daarna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden.
MOTIVERING:
1. Aan [Werkgever] is te bewijzen opgedragen dat
- het onjuist is dat [Werknemer] in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij [Werkgever] door schending van de in voormeld tussenvonnis omschreven norm een burn-
out met depressieve klachten heeft opgelopen
- zij de op haar rustende zorgplicht jegens [Werknemer] is nagekomen.
Nu [Werkgever] geen getuigen heeft laten horen noch anderszins bewijsmiddelen heeft voorgebracht, is het opgedragen (tegen)bewijs is niet geleverd. Aldus is in rechte komen vast te staan dat [Werkgever] jegens [Werknemer] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de krachtens artikel 7: 658 lid 1 BW op haar rustende zorgplicht en op grond hiervan aansprakelijk is voor de hieruit voor hem voortvloeiende schade.
2. Krachtens artikel 612 Rv Pro begroot de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, voor zover hem dit mogelijk is, de schade in het vonnis en spreekt hij bij gebreke hiervan een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat.
Gezien de nog summiere cijfermatige onderbouwing door [Werknemer] en de gemotiveerde betwisting daarvan door [Werkgever] zijn onvoldoende gegevens beschikbaar voor de begroting, ook bij wege van voorschot, van de materiële en immateriële schade, zodat de vordering tot veroordeling van [Werkgever] om aan [Werknemer] een voorschot daarop van € 25.000,- te betalen niet toewijsbaar is.
Nu [Werknemer] de mogelijkheid van door hem ten gevolge van voormelde tekortkoming van [Werkgever] geleden schade aannemelijk heeft gemaakt, behoort de vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure te worden toegewezen. De door [Werkgever] bij het beloop van de schade geplaatste kanttekeningen kunnen in die procedure aan de orde komen; een verplichting om de zaak op dat punt in dit geding nader te onderzoeken heeft de rechter niet (HR RvdW 2006/681).
3. Een veroordeling tot vergoeding van schade op te maken bij staat leent zich niet voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
4. Hetgeen partijen nog verder hebben aangevoerd, leidt niet tot een andersluidend oordeel.
5. [Werkgever] dient als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.
BESLISSING:
Veroordeelt [Werkgever] tot vergoeding van de door [Werknemer] ten gevolge van haar voormeld tekortschieten geleden schade, zowel materieel als immaterieel, nader op te maken bij staat;
Veroordeelt [Werkgever] in de aan de zijde van [Werknemer] gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 3.847,92, waarvan € 1.462,14 kosten deskundige en € 2.200,- salaris gemachtigde;
Verklaart dit vonnis, wat laatstgenoemde veroordeling betreft, uitvoer bij voorraad;
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. B.A.J. Broekman, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.