ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ8207
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.G.A.M. Veugelers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op basis van dubbele invaliditeitspensioenaanspraken onder ABP-reglement
Eiser, sinds 1976 ambtenaar bij de Belastingdienst, kreeg vanaf 1996 een WAO-conforme uitkering toegekend met een invaliditeitspensioen (IP) en herplaatsingtoelage. Na vermindering van arbeidsongeschiktheid en herplaatsing in deeltijd, meldde hij zich in 1999 ziek met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat hij recht had op twee aparte IP’s, voortvloeiend uit twee dienstverbanden, waarbij overlappende aanspraken zouden moeten worden geneutraliseerd door weging.
Het ABP stelde dat het Pensioenreglement ABP (PR), in aansluiting op de WAO, uitgaat van één IP dat kan worden herzien bij gewijzigde arbeidsongeschiktheid, zoals geregeld in artikel 8.7 PR gekoppeld aan artikel 40 WAO Pro. De rechtbank bevestigde dat het overgangsrecht van de ABP-wet naar het PR expliciet voorschrijft dat meerdere IP’s worden samengevoegd tot één IP. De berekening van het IP vindt plaats op basis van de situatie per 1 januari voorafgaand aan het jaar van uitval plus een wachttijd van 52 weken.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van eiser om twee aparte IP’s toe te kennen niet in aanmerking komt. Wel werd erkend dat tijdens de beroepsprocedure een herziening tot stand kwam, waardoor een gedeeltelijke grond voor beroep bestond. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen van eiser op toekenning van twee invaliditeitspensioenen worden afgewezen; iedere partij draagt eigen kosten.