ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ8220
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.G.A.M. Veugelers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag senior applicatiebeheerder
Eiser was sinds 1997 werkzaam als senior applicatiebeheerder bij ABP en werd in 2005 ontslagen na toestemming van het CWI wegens onvoldoende functioneren. Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat het gebaseerd was op een ontslagvergunning met gebreken en dat zijn disfunctioneren voortkwam uit ziekte (ADHD en gezelschapsdoofheid).
ABP voerde aan dat het ontslag gebaseerd was op langdurig en structureel disfunctioneren, gedocumenteerd in een uitgebreide procedure met begeleidingstrajecten en pogingen tot herplaatsing. Medische deskundigen oordeelden dat er geen verband was tussen ziekte en disfunctioneren. Het CWI had de ontslagvergunning verleend na een marginale toetsing zonder zwaarwegende procedurele gebreken.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, omdat het onvoldoende functioneren voldoende was onderbouwd, de medische oordelen geen verband met ziekte bevestigden en de financiële gevolgen van het ontslag voldoende waren opgevangen. De vordering tot wedertewerkstelling en schadevergoeding werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser wegens kennelijk onredelijk ontslag worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.