ECLI:NL:RBMAA:2006:BA6134
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.G.A.M. Veugelers
- Rechtspraak.nl
Onjuiste toepassing FPU-regeling door ABP inzake verhoging aanvullende uitkering door doorwerken na 61 jaar
Eiser, een docent die op 1 november 2003 gebruik maakte van de FPU-regeling, vordert dat ABP erkent dat hij recht heeft op een aanvullende verhoging van zijn uitkering op grond van het doorwerken na zijn 61e jaar. Het geschil betreft de uitleg van artikel 5 lid Pro 1.5 van het FPU-reglement, dat een verhoging toekent indien het uittreden plaatsvindt na de eerste dag van de maand volgend op de 61e verjaardag.
ABP stelt dat eiser niet aan de voorwaarden voldoet omdat hij pas op de uittreedatum aan de tienjaren eis voldeed en dat de regeling alleen geldt indien het uittreden na die datum plaatsvindt. De rechtbank oordeelt echter dat de bedoeling van de sociale partners niet bepalend is wanneer deze niet uit de regeling zelf blijkt en dat de uitzonderingen in lid 1.6 niet op eiser van toepassing zijn.
De rechtbank concludeert dat eiser recht heeft op de aanvullende verhoging vanaf 1 november 2003 en veroordeelt ABP tot betaling van deze uitkering met wettelijke rente. Tevens wordt ABP veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: ABP heeft het FPU-reglement onjuist toegepast en moet de aanvullende uitkering wegens doorwerken na 61 jaar vanaf 1 november 2003 betalen.