ECLI:NL:RBMAA:2006:BA7202
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.G.A.M. Veugelers
- Rechtspraak.nl
Pensioenberekening met terugwerkende salarisverhoging volgens artikel 3.1 Pensioenreglement ABP
Eiseres was deelnemer aan het ABP-pensioenfonds tijdens haar dienstverband bij het UMC Utrecht als arts in opleiding. In maart 2002 kreeg zij een salarisverhoging met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2000, die echter niet was meegenomen in de berekening van haar pensioengrondslag door het ABP.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 3.1 van het oude pensioenreglement, waarin stond dat het salaris op 1 januari van het betreffende jaar bepalend was voor de pensioenopbouw. Het ABP hanteerde een streng peildatumsysteem waarbij achteraf toegekende verhogingen niet werden meegenomen, tenzij bij rechterlijke uitspraak of een aperte fout.
De kantonrechter oordeelde dat deze strikte uitleg niet verenigbaar is met de redelijke uitleg die eiseres aan artikel 3.1 mocht geven, mede gelet op de CAO-norm en jurisprudentie van de Hoge Raad. Het ABP werd veroordeeld het pensioengevend inkomen met terugwerkende kracht aan te passen en een herzien pensioenoverzicht te verstrekken.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en veroordeelde het ABP in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke en contextuele uitleg van pensioenregelingen, zeker bij terugwerkende salarisaanpassingen.
Uitkomst: Het ABP moet het pensioengevend inkomen met terugwerkende kracht aanpassen en een herzien pensioenoverzicht verstrekken.