AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Heropening onderzoek wegens niet uitgeoefend spreekrecht slachtoffer bij poging moord
Op 7 februari 2007 behandelde de meervoudige strafkamer van de rechtbank Maastricht de zaak tegen de verdachte die wordt verdacht van poging moord en zwaar lichamelijk letsel op het slachtoffer. Tijdens de zitting bleek dat het slachtoffer gebruik wilde maken van zijn spreekrecht, maar dat het ingevulde antwoordformulier hiervoor ontbrak in het dossier.
De rechtbank stelde vast dat noch de rechtsbijstandverzekering noch de advocaat van het slachtoffer hem voorafgaand aan de zitting op de hoogte hadden gesteld van het spreekrecht en de gang van zaken daaromtrent. Dit leidde ertoe dat het slachtoffer zijn spreekrecht niet kon uitoefenen tijdens de zitting.
De rechtbank besloot daarom het onderzoek te heropenen om het slachtoffer alsnog in de gelegenheid te stellen van zijn rechten gebruik te maken. De tenlastelegging betreft poging moord met voorbedachten rade en subsidiair opzettelijk zwaar lichamelijk letsel door het afvuren van meerdere schoten op het slachtoffer.
De rechtbank beveelt dat het onderzoek aanstonds wordt hervat en wijst hiermee het belang van het spreekrecht van slachtoffers in strafzaken. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken op 9 februari 2007.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek om het slachtoffer alsnog in de gelegenheid te stellen zijn spreekrecht uit te oefenen.
Uitspraak
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/700606-06
Datum uitspraak: 9 februari 2007
Dit tussenvonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2007 op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen
[Naam verdachte],
geboren te [Geboorteplaats verdachte] op [Geboortedatum verdachte],
wonende te [Woonadres verdachte],
thans gedetineerd in de PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij, verdachte, op of omstreeks 27 oktober 2006 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [Naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal (telkens) met een vuurwapen, (telkens) (een) kogel(s) heeft afgevuurd in het lichaam van voornoemde [Naam slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij, verdachte, op of omstreeks 27 oktober 2006 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [Naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal (telkens) met een vuurwapen (telkens) (een) kogel(s) heeft afgevuurd in het lichaam van voornoemde [Naam slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij, verdachte, op of omstreeks 27 oktober 2006 in de gemeente Heerlen aan een persoon genaamd [Naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door opzettelijk meermalen, althans eenmaal (telkens) met een vuurwapen (telkens) (een) kogel(s) af te vuren in het lichaam van voornoemde [Naam slachtoffer];
meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij, verdachte, op of omstreeks 27 oktober 2006 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [Naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal (telkens) met een vuurwapen (telkens) (een) schot(en) af te vuren in het lichaam van voornoemde [Naam slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Het onderzoek van de zaak
Ingevolge artikel 302 vanPro het Wetboek van Strafvordering kan een slachtoffer op de terechtzitting, bij de behandeling van bepaalde, in dat wetsartikel aangegeven misdrijven, een verklaring afleggen omtrent de gevolgen die het tenlastegelegde feit bij hem teweeg heeft gebracht.
In de praktijk ontvangt het slachtoffer daartoe, voorafgaand aan de terechtzitting, van de officier van justitie een antwoordformulier, waarop hij onder meer kan aangeven of hij van zijn spreekrecht gebruik wil maken en zo ja, of hij dat in schriftelijke dan wel mondelinge vorm wil doen. Indien het slachtoffer aangeeft van zijn spreekrecht gebruik te willen maken en daartoe voor een van deze mogelijkheden kiest, dient hij het formulier na invulling aan de officier van justitie te retourneren.
Op 7 februari 2007 heeft de meervoudige strafkamer van deze rechtbank de strafzaak tegen de verdachte [Naam verdachte] behandeld. [Naam verdachte] voornoemd wordt verdacht van een strafbaar feit, genoemd in artikel 302 vanPro het Wetboek van Strafvordering. [Naam slachtoffer] is bij deze zaak als slachtoffer betrokken.
Tijdens de behandeling van de zaak ter terechtzitting was [Naam slachtoffer] in persoon aanwezig.
Meteen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting bleek dat [Naam slachtoffer] ter terechtzitting van zijn spreekrecht als slachtoffer gebruik had willen maken.
Een met het oog op de uitoefening van het spreekrecht ingevuld antwoordformulier heeft de rechtbank niet in het dossier van de strafzaak aangetroffen.
In raadkamer, direct na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, is gebleken dat het hiervoor omschreven antwoordformulier op 30 november 2006 is toegezonden aan DAS Rechtsbijstand, nadat deze rechtsbijstandverzekeraar zich op 14 november 2006 schriftelijk tot de officier van justitie had gewend, ter behartiging van de belangen van [Naam slachtoffer].
Op 11 december 2006 is namens de officier van justitie aan mr. A.F.G. Pennino, advocaat te Kerkrade, die bij brief van 4 december 2006 om toezending van het complete proces-verbaal van de strafzaak had verzocht, schriftelijk bericht - voor zover thans van belang - dat de correspondentie en de formulieren welke van toepassing zijn op zijn cliënt [Naam slachtoffer], zijn opgestuurd naar DAS Rechtsbijstand te Amsterdam, daar deze ook als contactpersoon van [Naam slachtoffer] optreedt.
Op 25 januari 2007 zijn DAS Rechtsbijstand en mr. Pennino voornoemd schriftelijk op de hoogte gesteld van de zittingsdatum van 7 februari 2007.
De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat kennelijk noch DAS Rechtsbijstand, noch mr. Pennino, [Naam slachtoffer] voorafgaand aan de terechtzitting op de hoogte heeft gesteld van de gang van zaken met betrekking tot het spreekrecht.
Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding [Naam slachtoffer] alsnog in de gelegenheid te stellen van zijn rechten als slachtoffer, zoals hiervoor aangegeven, gebruik te maken. Daartoe zal de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting heropenen.
DE BESLISSINGEN:
De rechtbank
- heropent het onderzoek in deze zaak;
- beveelt dat het onderzoek in deze zaak aanstonds zal worden hervat.
Dit vonnis is aldus gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. M.E. Kramer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M.A. Vinken, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2007.