ECLI:NL:RBMAA:2007:AZ8219
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen handhavingsverzoek spoortraject Budel-Weert
Verzoekster, Stichting Milieufederatie Limburg, verzocht verweerder, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, om handhavend op te treden tegen werkzaamheden van ProRail aan het spoortraject Budel-Weert, omdat deze in strijd zouden zijn met de Flora- en faunawet. Verzoekster diende op 10 januari 2007 het handhavingsverzoek in en op 11 januari 2007 een bezwaarschrift tegen het uitblijven van een beslissing, gevolgd door een verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 4:13 van Pro de Awb een beschikking binnen een redelijke termijn moet worden gegeven, waarbij in ieder geval acht weken geldt als uiterste termijn. In deze zaak was er geen wettelijke termijn voor het handhavingsverzoek, zodat de redelijke termijn maatgevend is. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder feitelijk slechts één werkdag had om te beslissen, wat onredelijk kort was, maar dat verzoekster reeds geruime tijd op de hoogte was van de werkzaamheden en de verleende ontheffing, en bovendien zelf geruime tijd wachtte met haar verzoek.
Daarom was er op 11 januari 2007 nog geen sprake van het niet tijdig nemen van een besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de redelijke termijn voor besluitvorming nog niet was verstreken.