ECLI:NL:RBMAA:2007:BA0246
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Casparie
- Rechtspraak.nl
Vordering tot nakoming echtscheidingsconvenant over woning, inboedel en omgang kinderen
Partijen zijn gescheiden en hebben in een convenant afspraken gemaakt over de verdeling van hun gemeenschappelijke onroerende zaken, inboedel en de omgangsregeling voor hun kinderen. De vrouw vordert nakoming van deze afspraken, waaronder het op haar naam stellen van de woning en het weiland, afgifte van specifieke inboedelgoederen en het handhaven van de bestaande verblijfs- en omgangsregeling voor de kinderen.
De man betwist de waarde van de onroerende zaken en stelt dat hij financieel benadeeld is voor meer dan een vierde deel, waardoor hij het convenant wil vernietigen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het niet aannemelijk is dat de man daarin zal slagen en dat hij zijn rechten kan veiligstellen via een bodemprocedure met conservatoir beslag. Tevens is vastgesteld dat de omgangsregeling tot september 2006 goed functioneerde en dat de wijzigingen door de man niet in het belang van de kinderen zijn.
De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw toe en legt aan de veroordelingen dwangsommen op, met een maximum per vordering, om naleving af te dwingen. De kosten van de procedure worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot medewerking aan levering woning en weiland, afgifte inboedel en naleving omgangsregeling met dwangsommen.