ECLI:NL:RBMAA:2007:BA1399
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- B.G.L. van der Aa
- I.M.T. Wijnands
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor doodslag en zwaar lichamelijk letsel met dodelijke afloop
De rechtbank Maastricht sprak verdachte vrij van moord, doodslag en roekeloos handelen met dodelijke afloop. De tenlastelegging betrof het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en het veroorzaken van de dood van het slachtoffer door geweld en nalaten van hulp.
Uit het obductieverslag en deskundigenverklaringen blijkt dat de dood van het slachtoffer niet aan verdachte kan worden toegerekend, omdat deze het gevolg is van een combinatie van factoren, waaronder toxicologische elementen en longontsteking. De rechtbank kon niet vaststellen in welke mate de handelingen van verdachte hebben bijgedragen aan het overlijden.
Verdachte had na het aantreffen van het slachtoffer in noodsituatie geprobeerd eerste hulp te verlenen, waaronder hartmassage en de Heimlichgreep, wat deskundigen niet ondeskundig achtten. Het nalaten om hulp te roepen werd niet aan verdachte verweten.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens de vrijspraak van verdachte. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zijn handelen heeft geleid tot het overlijden van het slachtoffer.