ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3011
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Klifman
- M.E. Kramer
- E.W.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag met mes/hakbijl met verminderde toerekeningsvatbaarheid
Op 27 augustus 2006 stak verdachte het slachtoffer, een collega, met een mes of hakbijl meerdere keren in de borstkas, wat resulteerde in een geperforeerde long. De rechtbank verwierp het verweer van verdachte dat hij per ongeluk handelde of zich verdedigde tegen een aanval, omdat verklaringen en eigen bekentenis dit niet ondersteunen.
De rechtbank achtte het primair tenlastegelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. Een psychologisch onderzoek concludeerde dat verdachte leed aan een aanpassingsstoornis met acculturatieproblemen, waardoor sprake was van verminderde toerekeningsvatbaarheid.
De straf werd bepaald op 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief de bijzondere voorwaarde dat verdachte alle aanwijzingen van de reclassering moet opvolgen, zoals therapie en begeleiding.
De vordering van het slachtoffer tot vergoeding van medische kosten werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs en verzekering, maar een immateriële schadevergoeding van €1.250,- werd toegewezen. De rechtbank bepaalde dat de verdachte de eigen kosten draagt en veroordeelde hem tevens in de kosten voor de tenuitvoerlegging van het vonnis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, wegens poging tot doodslag met mes/hakbijl.