ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3568
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. Kramer
- E.W.A. van den Berg
- Th.J.M. Oostdijk
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugsgerelateerde feiten
Verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk uitvoeren van aanzienlijke hoeveelheden amfetamine, cocaïne, hashish en marihuana vanuit Nederland naar België en Luxemburg in de periode juni 2002 tot april 2003. Daarnaast had hij op 22 april 2003 grote hoeveelheden verdovende middelen in zijn bezit in woningen in Heerlen.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend op €49.397,50, gebaseerd op verkoop- en inkoopprijzen van de drugs en diverse transacties en notities die de omvang van de handel onderbouwen. Verdachte voerde onder meer verweer tegen de ontvankelijkheid en stelde dat de redelijke termijn was overschreden.
De rechtbank verwierp het ontvankelijkheidsverweer en oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden gezien de complexiteit van de zaak. Verder stelde de rechtbank vast dat verdachte geen draagkracht heeft om het volledige bedrag te betalen, mede gelet op zijn WAO-uitkering en psychische problematiek.
Daarom werd het bedrag van de ontnemingsvordering gematigd tot €30.000, dat verdachte aan de staat moet betalen. De rechtbank wees tevens op het feit dat verdachte abusievelijk een conservatoir beslag van €15.000 terugkreeg en eigenaar is van een woning die te koop staat.
De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Maastricht op 4 april 2007, waarbij verdachte werd geïnformeerd over zijn mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt verplicht tot betaling van €30.000 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.