Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMAA:2007:BA5596

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
11 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03/700810-05
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen bevel tot vervangende hechtenis wegens niet aangevangen werkstraf

De veroordeelde was bij vonnis van 12 mei 2006 veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur, te vervangen door 75 dagen vervangende hechtenis indien niet uitgevoerd. Omdat hij de werkstraf niet was aangevangen, gaf de officier van justitie opdracht tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.

De veroordeelde maakte bezwaar tegen dit bevel, stellende dat hij door persoonlijke omstandigheden, waaronder de echtscheiding van zijn ouders en een verhuizing naar een nieuw adres, niet tijdig op de hoogte was gesteld. De rechtbank hield rekening met zijn jonge leeftijd en de impact van de echtscheiding.

Na het horen van partijen en het bestuderen van de stukken oordeelde de rechtbank dat de omstandigheden voldoende waren om het bezwaar gegrond te verklaren. De veroordeelde kreeg alsnog de mogelijkheid om de werkstraf binnen een gestelde termijn te voltooien, waarmee het bevel tot vervangende hechtenis werd gewijzigd.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bevel tot vervangende hechtenis is gegrond verklaard en de veroordeelde krijgt alsnog de gelegenheid om de werkstraf te verrichten.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/700810-05
Deze beslissing is gegeven door de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, naar aanleiding van het op 8 januari 2007 ter griffie van deze rechtbank ingekomen bezwaar-schrift tegen de kennisgeving bevel tenuitvoerlegging vervangende hechtenis van 1 decem-ber 2006 van
[naam verdachte],
geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],
wonende te [adres verdachte],
feitelijk verblijvende te [adres 2 verdachte],
hierna te noemen: [naam verdachte].
De procedure
Bij bezwaarschrift van 8 januari 2007 is door [naam verdachte] bezwaar gemaakt tegen de aan hem op 15 december 2006 betekende kennisgeving ex artikel 22g, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank heeft [naam verdachte] en de officier van justitie gehoord tijdens de behandeling van het bezwaarschrift op 28 maart 2007. Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van de stukken in de onderhavige zaak.
De feiten
Bij vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 12 mei 2006 is aan [naam verdachte] opgelegd een werkstraf voor de duur van honderdvijftig uren, te vervangen door vijfenzeven-tig dagen vervangende hechtenis.
De veroordeelde heeft deze werkstraf niet aangevangen.
De officier van justitie heeft, van oordeel zijnde dat [naam verdachte] aldus de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, de tenuitvoerlegging bevolen van vijfenzeventig dagen vervangende hechtenis.
De officier van justitie is tijdens het onderzoek ter zake gehoord. Hij heeft geconcludeerd dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard.
De overwegingen omtrent het bezwaar
Het is de rechtbank gebleken dat [naam verdachte] in het kader van de echtscheiding van zijn ouders met zijn moeder is meeverhuisd naar bovengenoemd adres in Geleen en dat hij deze adres-wijziging niet (tijdig) bij de gemeente Geleen, dan wel bij de reclassering kenbaar heeft ge-maakt. De rechtbank stelt voorop dat [naam verdachte] hier zelf voor dient te zorgen. Indien hij als gevolg van het nalaten daarvan zijn post niet dan wel niet tijdig ontvangt, komen de conse-quenties in beginsel voor zijn rekening. De rechtbank acht echter voldoende omstandigheden aanwezig om in het onderhavige geval anders te oordelen. De rechtbank heeft hierbij reke-ning gehouden met de relatief jonge leeftijd van [naam verdachte] en het feit dat de echtscheiding van zijn ouders ook voor hem van grote invloed is geweest.
Gelet daarop en gelet op de door [naam verdachte] uitgesproken bereidheid om de opgelegde werk-straf alsnog te verrichten, is de rechtbank van oordeel dat termen aanwezig zijn om te beslis-sen als hierna te melden.
DE BESLISSING:
De rechtbank,
-verklaart het bezwaar gegrond;
-wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat [naam verdachte] alsnog in de gele-genheid wordt gesteld om de taakstraf in de vorm van een werkstraf, groot honderdvijftig uren, te verrichten, zulks binnen een termijn die eindigt op 1 december 2007.
Deze beslissing is aldus genomen door mr. J. Wöretshofer, voorzitter, mr. A.C.A. Schreine-makers en mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 11 april 2007.
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/700810-05
Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 11 april 2007 in de zaak tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],
wonende te [adres verdachte],
feitelijk verblijvende te [adres 2 verdachte].
Tegenwoordig:
mr. , rechter,
mr. , officier van justitie,
dhr./mevr. , griffier.
De rechter doet de zaak uitroepen.
[naam verdachte] is niet in de zaal van de zitting aanwezig.
De rechter spreekt de beslissing uit.
Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.
Raadsman/vrouwe «titel+naam», advocaat/advocate te «vestigingspl.».