Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMAA:2007:BA5597

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
11 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03/700266-06
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38s Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting maatregel plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders

De rechtbank Maastricht heeft op 15 augustus 2006 aan de veroordeelde de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaar, met de verplichting om na zes maanden de noodzaak van voortzetting te beoordelen.

Op 11 april 2007 vond de beoordeling plaats. De raadkamer nam kennis van het adviesrapport van de reclasseringswerker, de evaluatierapportage van de inrichting te Vught en het schriftelijke verblijfsplan. De raadkamer constateerde dat er met voldoende voortvarendheid wordt gewerkt aan het behandel- en verblijfsplan, dat de veroordeelde gemotiveerd is om zich te laten behandelen en dat de veiligheid van personen en goederen de voortzetting van de maatregel vereist.

De raadsman en de officier van justitie bepleitten beiden de voortzetting van de maatregel. De raadkamer besloot daarom de tenuitvoerlegging van de maatregel voort te zetten en stelde dat over uiterlijk zes maanden opnieuw een beoordeling zal plaatsvinden. Het openbaar ministerie moet uiterlijk een maand voor die termijn rapporteren over de voortgang van de maatregel.

Uitkomst: De maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet met een nieuwe beoordeling binnen zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/700266-06
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer voor strafzaken, gegeven naar aanleiding van de in het vonnis van deze rechtbank van 15 augustus 2006 opgenomen beslissing ingevolge artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht omtrent de beoordeling van de noodzaak van de voorzetting van de in dat vonnis opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de maatregel) aan
[naam verdachte],
geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],
wonende te [adres verdachte],
thans gedetineerd in de P.I “Nieuw Vosseveld 2” te Vught,
hierna te noemen: [naam verdachte].
De procesgang
De rechtbank heeft bij vonnis van 15 augustus 2006 in de zaak met parketnummer 03/700266-06 aan [naam verdachte] de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaren, met de bepaling dat zes maanden na aanvang van de maatregel een beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van voornoemde maatregel zal plaatsvinden.
In raadkamer zijn gehoord [naam verdachte], diens raadsman mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht, en de officier van justitie.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
De raadsman heeft voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel bepleit.
De beoordeling
De raadkamer heeft kennis genomen van de inhoud van
-het adviesrapport op 15 januari 2007 omtrent de persoon van [naam verdachte] uitgebracht door de reclasseringswerker mevrouw I.C.C.M. van Hulsbeek,
-de evaluatierapportage van de isd-inrichting te Vught betrekking hebbend op de maatregel,
-een op geschrift gesteld verblijfsplan.
De raadkamer heeft vastgesteld vast dat
-met voldoende voortvarendheid wordt gewerkt aan een concreet verblijfs- en behandelplan voor [naam verdachte], waarbij de raadkamer opmerkt dat ook voortvarendheid bij de thans lopende intakeprocedure bij “De Ponder” geboden is,
-[naam verdachte] nog steeds duidelijk aangeeft gemotiveerd te zijn zich te laten behandelen,
-de veiligheid van personen of goederen de maatregel nog steeds eist.
De raadkamer is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de maatregel dient te worden voortgezet. De raadkamer zal dan ook dienovereenkomstig beslissen en daarbij bepalen dat de noodzaak tot voorzetting van de maatregel over uiterlijk zes maanden wederom zal worden getoetst.
DE BESLISSING
De raadkamer bepaalt
-dat de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 15 augustus 2006 door deze rechtbank opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders zal worden voortgezet;
-dat de maatregel over uiterlijk zes maanden zal worden getoetst;
-dat het openbaar ministerie de raadkamer uiterlijk een maand vóór het verstrijken van voormelde periode bericht omtrent de voortgang van de maatregel en daarbij tevens een verklaring van de directeur van de inrichting omtrent de stand van de uitvoering van het verblijfsplan overlegt.
Aldus gegeven door mr. A.C.A. Schreinemakers, voorzitter, mr. J. Wöretshofer en mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van J.Th.G. Coenders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 11 april 2007.
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/700266-06
Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 11 april 2007 in de zaak tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboortedatum en plaats verdachte],
wonende te [adres verdachte],
thans gedetineerd in de P.I. “Nieuw Vosseveld 2” te Vught,
Tegenwoordig:
mr. , rechter,
mr. , officier van justitie,
dhr./mevr. , griffier.
De rechter doet de zaak uitroepen.
[naam verdachte] is niet in de zaal van de zitting aanwezig.
De rechter spreekt de beslissing uit.
Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.
Raadsman mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.