ECLI:NL:RBMAA:2007:BA5899
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Leeuwen
- Provaas
- Schalken
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag ondanks beroep op noodweer
Op 21 april 2006 stak de verdachte het slachtoffer, haar echtgenoot, twee keer met een mes in het bovenlichaam, wat levensbedreigend letsel veroorzaakte. Verdachte beriep zich op noodweer, stellende dat zij was aangevallen, maar de rechtbank verwierp dit beroep wegens gebrek aan bewijs en tegenstrijdigheden in haar verklaring.
De rechtbank stelde vast dat het slachtoffer en verdachte tegengestelde versies gaven van de gebeurtenissen en dat de verklaring van verdachte niet betrouwbaar was. Er was geen technisch of getuigenbewijs dat haar noodweerclaim ondersteunde. Het slachtoffer ontkende de noodweersituatie en zijn geloofwaardigheid werd door de officier van justitie aanvankelijk in twijfel getrokken vanwege een ongerelateerde leugen, maar dit leidde uiteindelijk tot vrijspraak door twijfel.
De rechtbank oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden, waardoor sprake was van poging tot doodslag. Verdachte had een borderline persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid, en had die avond alcohol genuttigd, wat haar gedrag deels beïnvloedde. De rechtbank veroordeelde haar tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en veroordeelde haar tot schadevergoeding aan het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag met gedeeltelijke voorwaardelijke straf.