ECLI:NL:RBMAA:2007:BA6112
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.G.A.M. Veugelers
- Rechtspraak.nl
Pensioenaanspraken en terugwerkende salarisverhoging bij ABP en VUT-fonds
Eiser was werkzaam bij het waterschap en kreeg met terugwerkende kracht per 1 januari 2001 een salarisverhoging toegekend die pas in 2003 definitief werd vastgesteld na bezwaar. Het geschil betrof de vraag of deze verhoging meegenomen moest worden in de berekening van het pensioengevend salaris per 1 januari 2003.
Gedaagden, het VUT-fonds en ABP, voerden aan dat het peildatumsysteem een eenmaal vastgesteld salaris op de peildatum in principe niet wijzigt, behalve bij rechterlijke uitspraak of aperte fouten. De rechtbank oordeelde echter dat deze restrictieve uitleg niet uit de tekst van het pensioenreglement volgt en dat de CAO-norm een ruimere uitleg vereist.
De rechtbank stelde vast dat de salarisverhoging met terugwerkende kracht wel degelijk moet worden betrokken bij de pensioengrondslag per 1 januari 2003, omdat de peildatum in de bezwaarprocedure lag en de verhoging juridisch op die datum vaststond. De vorderingen van eiser werden daarom toegewezen, inclusief vergoeding van buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de terugwerkende salarisverhoging per 1 januari 2001 moet worden betrokken bij de pensioengrondslag per 1 januari 2003 en veroordeelt ABP en VUT-fonds tot betaling en kostenvergoeding.