ECLI:NL:RBMAA:2007:BA9096
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen indeling arbeidshandicapcategorie en advies begeleid werken WSW
Eiser verzocht op 3 maart 2005 om herindicatie in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Uit rapportages bleek dat eiser fysieke beperkingen heeft door spasticiteit, met een a-functionele rechterarm en loopmoeilijkheden, waardoor hij zittend werk moet verrichten met technische aanpassingen en aangepaste werktijden. Verweerder stelde eiser in de arbeidshandicapcategorie matig in en gaf het advies begeleid werken.
Eiser maakte bezwaar tegen deze indeling en het advies, stellende dat zijn beperkingen waren toegenomen en hij niet in aanmerking wilde komen voor begeleid werken. Na onderzoek door een bedrijfsarts en arbeidsdeskundige handhaafde verweerder het besluit. De rechtbank moest beoordelen of het besluit in strijd was met geschreven of ongeschreven rechtsregels en of eiser belang had bij het beroep.
De rechtbank oordeelde dat de indeling in de arbeidshandicapcategorie en het advies begeleid werken weliswaar besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn, maar dat eiser niet rechtstreeks in zijn belangen werd geraakt door de indeling, omdat deze slechts gevolgen heeft voor de subsidie aan de gemeente en niet voor zijn rechtspositie. Het advies begeleid werken is geen besluit en heeft geen direct rechtsgevolg. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het bezwaar tegen de indeling en het advies betrof. De rechtbank bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit en vergoedde het betaalde griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar tegen de indeling en het advies wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.