ECLI:NL:RBMAA:2007:BB4441
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij omvallen hoogspanningsmast en schade aan kerosineleiding
In deze zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor de schade veroorzaakt door het omvallen van een hoogspanningsmast tijdens herstelwerkzaamheden, waarbij een ondergrondse kerosineleiding werd beschadigd. Essent Netwerk, eigenaar van de mast, heeft partijen als Kema (adviseur), VSB (aannemer), de Staat, provincie Limburg en gemeenten Beek en Stein in vrijwaring opgeroepen.
De rechtbank beoordeelt eerst de aansprakelijkheid van Kema en concludeert dat Kema niet tekort is geschoten. Kema baseerde haar advies op mondelinge informatie van Essent, die zij redelijkerwijs mocht vertrouwen. Het advies om herstelwerkzaamheden 'poer voor poer' uit te voeren impliceerde dat pas aan een volgende poer mocht worden begonnen als het beton van de vorige voldoende was uitgehard.
VSB wordt niet aansprakelijk gehouden omdat geen sprake was van een contractuele instructie om 'poer voor poer' te werken en VSB mocht vertrouwen op het deskundige advies van Kema. Ook is onvoldoende onderbouwd dat VSB onzorgvuldig heeft gehandeld.
De Staat wordt niet aansprakelijk gehouden voor de schade aan de kerosineleiding op grond van contractuele vrijwaring, artikel 6:174 BW Pro of onrechtmatige daad. De rechtbank vindt dat de Staat adequaat heeft gehandeld na het lek en dat Essent haar stelplicht niet heeft vervuld om het tegendeel te bewijzen.
De provincie en gemeenten worden eveneens niet aansprakelijk gehouden wegens onvoldoende onderbouwing van Essent. De rechtbank wijst alle vrijwaringsvorderingen af en veroordeelt Essent in de proceskosten.
Uitkomst: Alle vorderingen van Essent Netwerk tegen Kema, VSB, de Staat, provincie en gemeenten worden afgewezen.