ECLI:NL:RBMAA:2007:BB7855
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot echtscheiding na Marokkaanse scheiding en weigering registratie
Een man met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, gehuwd in Marokko en aldaar gescheiden, verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken omdat de ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland weigerde de Marokkaanse echtscheiding te registreren. De rechtbank oordeelt dat de man op grond van een eerdere Hoge Raad-beslissing van 13 juli 2001 zich eerst tot de rechtbank had moeten wenden om de ambtenaar te bevelen de echtscheiding te erkennen en te registreren.
De rechtbank stelt vast dat de man en vrouw in Marokko een rechtsgeldige echtscheidingsprocedure hebben doorlopen, waarbij de vrouw aanwezig was en de echtscheiding definitief is verklaard volgens de Marokkaanse familiewet. De man heeft de benodigde documenten overgelegd, maar de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft geweigerd de wijziging van zijn burgerlijke staat door te voeren.
De rechtbank verklaart het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk en wijst de man erop dat hij eerst een verzoek tot registratie bij de rechtbank had moeten indienen. Wel wordt het verzoek tot verdeling van de eventueel aanwezige gemeenschappelijke goederen toegewezen, waarbij een notaris wordt aangewezen om de verdeling te begeleiden en een kandidaat-notaris wordt benoemd om de vrouw te vertegenwoordigen indien zij niet meewerkt.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot echtscheiding; de verdeling van gemeenschappelijke goederen wordt toegewezen.