ECLI:NL:RBMAA:2007:BC1652
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bruijnzeels
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding in bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak heeft de Rechtbank Maastricht op 24 december 2007 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure met betrekking tot de Wet werk en bijstand (WWB). De verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, heeft op 19 april 2007 de beroepen ingetrokken met een verzoek om compensatie van kosten. De rechtbank heeft echter de intrekking aanvankelijk verkeerd geïnterpreteerd, waardoor verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om het betaalde griffierecht terug te vragen. De rechtbank heeft de verzoeken om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding beoordeeld aan de hand van de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overweegt dat, hoewel verzoeker tegemoet is gekomen door een ontheffing van de arbeidsverplichtingen te ontvangen, er geen termen zijn om verweerder te veroordelen in de kosten. Dit is gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst die partijen hebben gesloten, waarin is bepaald dat elke partij zijn eigen proceskosten draagt. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gemaakte kosten, inclusief de betaalde griffierechten, onder de eigen proceskosten vallen zoals overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst.
De rechtbank heeft de verzoeken van verzoeker om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding afgewezen, met de overweging dat partijen hebben afgesproken geen aanspraken meer jegens elkaar te hebben. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken, waarbij de rechtbank zich bevoegd achtte om te oordelen over de uitleg van de vaststellingsovereenkomst. De beslissing is openbaar uitgesproken door de rechter in aanwezigheid van de griffier.