ECLI:NL:RBMAA:2008:BC1323
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Casparie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking verkoop en levering echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en de vrouw woont nog in de voormalige echtelijke woning met het jongste kind, terwijl de man in België woont en de lasten van de woning betaalt. De man vordert in kort geding dat de vrouw medewerkt aan de verkoop en levering van de woning, nadat zij eerder al was veroordeeld tot medewerking onder een dwangsom van maximaal €10.000, maar zij weigert.
De vrouw weigert de verkoopopdracht te ondertekenen en stelt dat zij de dwangsommen niet zal betalen. De man wil de dwangsom verhogen en onbeperkt maken om haar alsnog tot medewerking te dwingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw niet gegronde redenen heeft voor haar weigering, maar dat het niet redelijk is dat zij haar overwaarde verliest door dwangsommen, terwijl de man andere wettelijke wegen heeft om verkoop te realiseren.
De voorzieningenrechter wijst de vordering af omdat de man onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond en omdat artikel 3:174 BW Pro hem andere mogelijkheden biedt. De kosten van de procedure worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan verkoop en levering van de woning onder een hogere en onbeperkte dwangsom wordt afgewezen.