ECLI:NL:RBMAA:2008:BC3253
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen handhaving bestuursdwang zonder vergunning Drank- en Horecawet
Eiseres, een vennootschap onder firma te Maastricht, diende op 4 februari 2004 een aanvraag in voor een vergunning op grond van artikel 3 van Pro de Drank- en Horecawet (DHW) om een horecabedrijf te exploiteren. Na constatering van het verstrekken van alcohol zonder vergunning, legde de gemeente Maastricht bestuursdwang op om het bedrijf zonder vergunning te beëindigen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd gehandhaafd bij een besluit van 29 maart 2007.
Eiseres zette de exploitatie voort tot verkoop van het bedrijf aan een derde, en stelde schade te hebben geleden door de besluitvorming rondom de vergunningaanvraag, waaronder gemiste investeringen en personeelsaanname. De rechtbank beoordeelde of eiseres nog een procesbelang had bij het beroep tegen het bestuursdwangbesluit.
De rechtbank oordeelde dat het vermeende schadebelang niet direct voortvloeit uit het bestuursdwangbesluit zelf, maar uit de duur en uitkomst van de vergunningaanvraagprocedure die uiteindelijk leidde tot weigering van de vergunning. De vraag naar vergoeding van schade dient daarom in een procedure tegen het weigeringbesluit te worden behandeld. Gezien het vervallen procesbelang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.