ECLI:NL:RBMAA:2008:BC4005
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P.G. Houterman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter ondanks woonplaats werknemer in België
In deze civiele zaak bij de rechtbank Maastricht stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van vorderingen ingesteld door twee besloten vennootschappen tegen meerdere gedaagden, waaronder een werknemer die in België woont. De werknemer beriep zich op artikel 20 van Pro de EEX-verordening, stellende dat alleen de Belgische rechter bevoegd is.
De kantonrechter verwierp dit beroep op onbevoegdheid vanwege bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden omvatten onder meer het feit dat de vorderingen feitelijk en juridisch nauw met elkaar samenhangen, dat de arbeidsovereenkomst werkzaamheden in Nederland betrof, en dat eerdere geschillen tussen partijen reeds door de Nederlandse rechter waren behandeld. Daarnaast zou splitsing van de procedure in Nederland en België leiden tot grote praktische problemen.
Verder werd een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen, gericht op het buiten beschouwing laten van bepaalde bewijsstukken, afgewezen omdat dit niet via een voorlopige voorziening kan worden bereikt maar in de hoofdzaak moet worden betwist.
De zaak werd verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling, waarbij de kantonrechter de proceskosten compenseerde en iedere partij haar eigen kosten liet dragen.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tegen de in België wonende werknemer ondanks diens beroep op onbevoegdheid.