ECLI:NL:RBMAA:2008:BC4450
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Sijmonsma
- J.J. Verhoeven
- M.E.W.M. Nuijts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing gebreken aannemingsovereenkomst
In deze civiele zaak tussen partijen over een aannemingsovereenkomst gesloten vóór 1 september 2003, heeft de rechtbank Maastricht geoordeeld dat artikel 7:761 lid 1 BW Pro van toepassing is sinds 1 september 2006. Eiser in reconventie stelde dat een eerdere tekortkoming voortduurde, maar dit verweer werd verworpen vanwege een onjuiste interpretatie van de overgangswet.
De rechtbank constateerde dat de eerste schriftelijke klacht over gebreken pas op 29 juli 2004 werd ingediend, waardoor de verjaringstermijn begon te lopen. De vordering werd pas ingediend op 18 oktober 2006, na het verstrijken van de verjaringstermijn, zodat deze verjaard is.
Daarnaast werden de afzonderlijke gebreken en schadeposten beoordeeld. Voor een aantal posten werd vastgesteld dat deze zichtbaar waren bij oplevering en onvoldoende tijdig zijn gemeld, en andere posten waren reeds verrekend en geaccordeerd. De schadeposten waren onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. Ook een vordering wegens bedrijfsschade werd afgewezen omdat het herstel niet werd toegewezen.
De rechtbank wijst daarom alle vorderingen af en veroordeelt eiser in reconventie in de kosten van het geding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing en veroordeelt eiser in reconventie in de proceskosten.