ECLI:NL:RBMAA:2008:BC7290
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Klifman
- J.F.W. Huinen
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ontucht wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens een minderjarige. Het Openbaar Ministerie vorderde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en een bekennende verklaring van de verdachte.
Tijdens de terechtzitting kwamen twee onverenigbare versies naar voren: het slachtoffer verklaarde dat verdachte zijn hand in diens broek had en diens penis had geknepen, terwijl verdachte stelde dat hij het slachtoffer bij hemd en kruis had gepakt om een ruzie tussen kinderen te beëindigen. De rechtbank vond aanwijzingen voor beide versies, maar achtte de verklaringen onvoldoende doorslaggevend.
De bekennende verklaring van verdachte werd als onvoldoende specifiek beoordeeld, mede omdat opsporingsambtenaren niet op essentiële punten hadden doorgevraagd. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontucht.