ECLI:NL:RBMAA:2008:BC7487
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Groen
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve opheffing van bewind wegens ontbreken materiële vereisten
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Maastricht ambtshalve het bewind over de goederen van de rechthebbende als opgeheven beschouwd. Hoewel de verzoeker formeel niet bevoegd was een opheffingsverzoek in te dienen op grond van art. 1:449 lid 2 BW Pro, oordeelde de kantonrechter dat het ontbreken van de materiële vereisten voor het bewind ertoe leidt dat het bewind materieelrechtelijk haar werking heeft verloren.
De kantonrechter baseerde zich op een fundamenteel rechtsbeginsel dat wanneer de materiële gronden voor het bestaan van een rechtsfiguur niet meer aanwezig zijn, deze rechtsfiguur niet langer van toepassing kan zijn, ongeacht het ontbreken van een formele opheffingsmogelijkheid. De gedragingen en houding van de rechthebbende maakten het voor de bewindvoerder onmogelijk zijn taak uit te oefenen, waardoor het bewind feitelijk niet meer functioneerde.
De kantonrechter bepaalde dat het bewind ambtshalve als opgeheven moest worden beschouwd met ingang van de datum van de beschikking. Tevens werd bepaald dat de bewindvoerder uiterlijk voor 1 mei 2008 schriftelijk eindrekening en verantwoording moet afleggen aan de rechtbank, gezien de bijzondere omstandigheden dat de bewindvoerder geen verantwoording aan de rechthebbende kan afleggen.
Uitkomst: Het bewind wordt ambtshalve als opgeheven beschouwd wegens het ontbreken van materiële vereisten.