ECLI:NL:RBMAA:2008:BC7487

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
6 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
280970 EJ VERZ 508-07
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.J. Groen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:449 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve opheffing van bewind wegens ontbreken materiële vereisten

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Maastricht ambtshalve het bewind over de goederen van de rechthebbende als opgeheven beschouwd. Hoewel de verzoeker formeel niet bevoegd was een opheffingsverzoek in te dienen op grond van art. 1:449 lid 2 BW Pro, oordeelde de kantonrechter dat het ontbreken van de materiële vereisten voor het bewind ertoe leidt dat het bewind materieelrechtelijk haar werking heeft verloren.

De kantonrechter baseerde zich op een fundamenteel rechtsbeginsel dat wanneer de materiële gronden voor het bestaan van een rechtsfiguur niet meer aanwezig zijn, deze rechtsfiguur niet langer van toepassing kan zijn, ongeacht het ontbreken van een formele opheffingsmogelijkheid. De gedragingen en houding van de rechthebbende maakten het voor de bewindvoerder onmogelijk zijn taak uit te oefenen, waardoor het bewind feitelijk niet meer functioneerde.

De kantonrechter bepaalde dat het bewind ambtshalve als opgeheven moest worden beschouwd met ingang van de datum van de beschikking. Tevens werd bepaald dat de bewindvoerder uiterlijk voor 1 mei 2008 schriftelijk eindrekening en verantwoording moet afleggen aan de rechtbank, gezien de bijzondere omstandigheden dat de bewindvoerder geen verantwoording aan de rechthebbende kan afleggen.

Uitkomst: Het bewind wordt ambtshalve als opgeheven beschouwd wegens het ontbreken van materiële vereisten.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
repnr: 508/2007
zaaknr: 280970
BMnr: 12149
BESCHIKKING OPHEFFING ONDERBEWINDSTELLING
op een verzoek van:
P.J.J.M. Kemps (Kemps & Partners),
Postbus 16, 6240 AA Bunde,
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan rechthebbende:
[rechthebbende],
geboren te [geboorteplaats] op [1953],
laatst bekende woonplaats: [adres],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE:
Door verzoeker is een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 1 augustus 2007.
De inhoud van voormeld stuk geldt als hier herhaald.
Op 25 februari 2008 is het verzoekschrift mondeling behandeld, waarbij is verschenen verzoeker voornoemd.
Na sluiting van de mondelinge behandeling is de uitspraak bepaald op heden.
BEOORDELING:
Verzoeker vraagt opheffing van het bewind over alle goederen die toebehoren aan rechthebbende voornoemd.
Krachtens art. 1:449 lid 2 BW Pro behoort verzoeker formeel niet tot de kring van personen die een opheffingsverzoek kunnen doen waardoor verzoeker niet ontvankelijk verklaard moet worden.
De kantonrechter is noch bij art. 1:449 lid 2 BW Pro, noch enig ander wettelijk voorschrift de bevoegdheid gegeven het bewind ambtshalve op te heffen.
De kantonrechter constateert ambtshalve op grond van de door de bewindvoerder gestelde feiten en omstandigheden dat deze hem bij wet opgedragen bewindvoerderstaak in het geheel niet kan vervullen. Dit is uitsluitend te wijten aan gedragingen, nalaten, handelen, dan wel houding of instelling van belanghebbende.
De kantonrechter beschouwt als een fundamenteel rechtsbeginsel dat wanneer de materiële vereisten voor de toepasselijkheid of het in leven roepen van een rechtsfiguur niet meer bestaan, dit wettelijk voorschrift of een wettelijk rechtsfiguur verder nog van toepassing kan zijn, ongeacht de vraag óf er een formele mogelijkheid bestaat de werking van het voorschrift of het bestaan van de rechtsfiguur tot een einde te brengen.
De kantonrechter is van oordeel dat hij door toepassing van deze algemene rechtsregel geen andere gevolgtrekking kan maken dan dat dit bewind op grond van voormelde omstandigheden materieelrechtelijk haar werking heeft verloren.
De bij deze materieelrechtelijke toestand meest nabijgelegen rechterlijke beslissing is het bewind als opgeheven te beschouwen, daarbij de fictie makend dat de oorzaken die leidden tot het instellen van het bewind, niet meer bestaan.
De kantonrechter zal daarom niet tot opheffing beschikken, maar bij beschikking ambtshalve constateren dat het bewind dient te worden beschouwd als per de datum van de beslissing te zijn opgeheven.
Door voormelde houding van de rechthebbende kan van de bewindvoerder redelijkheidshalve niet verlangd worden aan de rechthebbende rekening en verantwoording af te leggen, zodat de kantonrechter zal bepalen dit aan hem te doen.
BESCHIKT:
De kantonrechter:
beschouwt het bewind over de goederen die toebehoren aan:
[rechthebbende],
geboren te [geboorteplaats] op [1953],
laatst bekende woonplaats: [adres],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
ambtshalve met ingang van heden als opgeheven.
Gezien deze bijzondere omstandigheden bepaalt de kantonrechter dat de bewindvoerder uiterlijk voor 1 mei 2008 ten overstaan van de kantonrechter eindrekening en verantwoording over het gevoerde bewind dient af te leggen. Dit gebeurt door een schriftelijke eindrekening en verantwoording in te dienen bij het Bewindsbureau van de Rechtbank Maastricht, Sector Kanton, postbus 1989, 6201 BZ Maastricht.
Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. Groen, kantonrechter,
op 6 maart 2008 in tegenwoordigheid van D.D. Lahaye, griffier.