ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8205
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over toepasselijkheid arbitragebeding in Nederlandse algemene voorwaarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal welke algemene voorwaarden van toepassing zijn op een overeenkomst van aanneming tussen een Belgische vennootschap en een Nederlandse vennootschap. Het geschil betrof met name de toepasselijkheid van een arbitragebeding in de Nederlandse algemene voorwaarden van gedaagde.
Na een tussenvonnis werden partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het toepasselijke recht. Gedaagde stelde dat zij impliciet voor Nederlands recht had gekozen door haar vordering in te stellen. De rechtbank bevestigde dat het Nederlandse recht van toepassing is op de overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden van gedaagde niet uitdrukkelijk waren verworpen en derhalve van toepassing blijven, waardoor het arbitragebeding van eiseres buiten toepassing blijft. Op grond van de EEX-Verordening is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vordering.
De incidentele vordering van eiseres werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere proceshandelingen.
Uitkomst: De incidentele vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het incident.