ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8572
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schadeplichtigheid Dexia wegens zorgplichtschending bij effectenleaseovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een wederpartij over een effectenleaseovereenkomst gesloten in maart 2000. De wederpartij kwam vanaf mei 2002 in gebreke met betalingen, waarna Dexia de overeenkomst beëindigde en een restschuld claimde. Dexia vorderde betaling van deze restschuld inclusief rente en incassokosten.
De wederpartij stelde onder meer dat de overeenkomst nietig of vernietigbaar was wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming van zijn echtgenote, dwaling en misbruik van omstandigheden. Tevens voerde hij aan dat Dexia haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende onderzoek te doen naar zijn financiële situatie, in strijd met het 'know-your-customer-principe' uit de Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer 1999.
De rechtbank oordeelde dat de vernietigingsgronden niet tijdig en onvoldoende onderbouwd waren. De echtgenote was bekend met de overeenkomst, waardoor verjaring van de vernietigingsvordering optrad. Het beroep op dwaling werd verworpen omdat de wederpartij geen onderzoek had verricht ondanks waarschuwingen en duidelijke risicoaanduidingen in de voorwaarden en reclame.
Hoewel Dexia in abstracto onrechtmatig had gehandeld door het onderzoek niet volledig te verrichten, kon de wederpartij niet aannemelijk maken dat de overeenkomst niet was gesloten indien Dexia dit onderzoek wel had gedaan. Gezien zijn ervaring en de beperkte financiële omvang van de overeenkomst was het redelijk dat Dexia de overeenkomst aanging. De vordering van Dexia werd toegewezen en de reconventionele vordering afgewezen.
Uitkomst: De vordering van Dexia tot betaling van de restschuld en rente wordt toegewezen; de reconventionele vordering wordt afgewezen.