ECLI:NL:RBMAA:2008:BC9101
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.A.G.M. Vluggen
- M.M. Beije
- Th.J.M. Oostdijk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en bezit van grote hoeveelheden softdrugs ondanks verweer op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel
De rechtbank Maastricht heeft op 9 april 2008 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op handel en bezit van hennep en hasjiesj, middelen vermeld op lijst II van de Opiumwet. Verdachte werd ervan verdacht in de periode van januari tot november 2006 meerdere keren softdrugs te hebben afgeleverd, vervoerd en in bezit te hebben gehad.
De verdediging voerde primair aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat opsporingshandelingen gericht waren op één gedoogde coffeeshop terwijl de lokale driehoek dit niet toestond. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het gedoogbeleid van rijkswege niet was gewijzigd en er geen sprake was van een bindende toezegging of gelijke behandeling.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan, met uitzondering van een deel van de tenlastelegging waarvoor verdachte werd vrijgesproken. De strafmaat werd vastgesteld op een taakstraf van 184 uur, met een vervangende hechtenis van 92 dagen bij niet-naleving. Tevens werden grote hoeveelheden softdrugs onttrokken aan het verkeer en bepaalde inbeslaggenomen goederen teruggegeven of in bewaring gesteld.
De uitspraak benadrukt het beperkte karakter van het gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs en bevestigt dat gerichte opsporing en vervolging van bevoorrading van coffeeshops binnen de wettelijke kaders blijft toegestaan.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 184 uur wegens handel en bezit van softdrugs.