ECLI:NL:RBMAA:2008:BD2241
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Betaling salaris na beëindigingsovereenkomst zonder expliciete werkzaamhedenverplichting
Eiseres trad op 1 februari 2007 in dienst bij gedaagde als juridisch secretaresse voor bepaalde tijd. Partijen kwamen overeen de arbeidsovereenkomst per 1 april 2007 te beëindigen met betaling van salaris en vakantiegeld. Eiseres verrichtte vanaf 15 maart 2007 geen werkzaamheden meer, waarna gedaagde salarisbetaling staakte met beroep op artikel 7:627 BW Pro (geen arbeid geen loon).
Eiseres vorderde betaling van het resterende salaris over maart 2007, vakantiegeld en wettelijke verhoging. De kantonrechter stelde vast dat in de onderhandelingen en correspondentie geen afspraken waren gemaakt over het verrichten van werkzaamheden tot de einddatum. De kantonrechter oordeelde dat het achteraf beroepen op geen arbeid geen loon in strijd is met goed werkgeverschap.
De kantonrechter wees de vordering toe tot betaling van € 871,91 bruto plus wettelijke rente vanaf 4 december 2007 en veroordeelde gedaagde in de proceskosten. De vordering tot rente over rente werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van resterend salaris en wettelijke rente wegens onterecht beroep op geen arbeid geen loon.