ECLI:NL:RBMAA:2008:BD4334
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst en vergoeding opleidingskosten bij praktijkopleiding
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een praktijkopleiding tot assistent installatiemonteur. Artikel 3 van Pro de overeenkomst stelde dat de werknemer de opleidingskosten moest vergoeden indien hij zelf het dienstverband binnen 24 maanden na beëindiging van de opleiding opzegt.
De werknemer diende op 13 februari 2007 ontslag in, maar een dag later maakten partijen samen afspraken over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in een vaststellingsovereenkomst. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en niet opgenomen vakantiedagen, terwijl de werkgever in reconventie vergoeding van opleidingskosten eiste.
De kantonrechter oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst een nadere overeenkomst was die de beëindiging regelde en dat niet was voldaan aan de voorwaarde voor vergoeding van opleidingskosten omdat de arbeidsovereenkomst in onderling overleg werd beëindigd. Omdat de werkgever geen duidelijke afspraken over vergoeding had vastgelegd, werd de vordering tot vergoeding afgewezen.
De werknemer kreeg de loonvordering toegewezen tot een bedrag van € 1.852,98 inclusief wettelijke rente, en de kosten werden aan de werkgever opgelegd. De vordering van de werkgever tot vergoeding van opleidingskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De werknemer krijgt betaling van achterstallig loon en vakantiegeld toegewezen, de vordering tot vergoeding van opleidingskosten wordt afgewezen.