ECLI:NL:RBMAA:2008:BD5264
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.M. van Uum
- I. Dautzenberg
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs doodsoorzaak pasgeboren baby
De rechtbank Maastricht sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen van moord en doodslag op haar pasgeboren kind. Uit het pathologisch onderzoek bleek dat geen anatomische doodsoorzaak kon worden vastgesteld. Het kind was een voldragen meisje zonder aangeboren afwijkingen, maar het was onduidelijk of het na de geboorte had geleefd.
Verdachte verklaarde onder meer dat zij pijnstiller Tramal had ingenomen en dat zij de baby in bad had gelegd, waar het kind blauw en niet bewegend werd aangetroffen. Zij knipte later de navelstreng door en legde het kind in een koelvak. Het toxicologisch onderzoek vond geen sporen van het medicijn in het lichaam van de baby.
De officier van justitie achtte kinderdoodslag bewezen op basis van de verklaringen van verdachte en het vermoeden van een levensvatbare foetus. De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de dood had veroorzaakt, mede omdat niet vaststond dat het kind na de geboorte had geleefd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is vastgesteld dat zij de dood van de baby heeft veroorzaakt.