ECLI:NL:RBMAA:2008:BD5759
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Oosterman-Meulenbeld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onderbreking waterlevering vanwege prevalerend recht op water
In deze zaak vorderde de eisende partij, NV Waterleiding Maatschappij Limburg, de onderbreking van de waterlevering aan gedaagde wegens achterstallige betalingen. De kantonrechter overwoog dat gedaagde niet om de regionale monopolist heen kan om zijn recht op water te doen gelden. Dit recht is verankerd in internationaal erkende mensenrechten, met name het recht op een adequate levensstandaard en gezondheid zoals neergelegd in artikel 11 en Pro 12 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.
De kantonrechter stelde vast dat de gevorderde maatregel van onderbreking van de waterlevering niet in verhouding staat tot de achterstallige hoofdsom. Het belang van gedaagde bij voortzetting van de levering van water weegt zwaarder dan het belang van eiseres bij het innen van de schuld. Daarnaast werd een vordering tot betaling van een voorschottermijn afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uiteindelijk werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van €204,56 vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De vordering tot onderbreking van de waterlevering werd afgewezen, waarmee het recht op water als fundamenteel en prevalerend werd bevestigd.
Uitkomst: De vordering tot onderbreking van de waterlevering werd afgewezen en gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de openstaande schuld en proceskosten.