ECLI:NL:RBMAA:2008:BD7400
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering achterstallig loon en werkhervatting na onrechtmatige ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer is sinds april 2006 in dienst bij de werkgever als heftruckchauffeur tegen een vast salaris. De werkgever stelde de arbeidsovereenkomst op staande voet te hebben ontbonden wegens vermeende toe-eigening van goederen van een opdrachtgever, wat de werknemer ontkent. De werknemer betoogde dat het ontslag vernietigbaar is en stelde zich beschikbaar voor werk.
De kantonrechter oordeelde dat de door beide partijen ondertekende verklaring tot ontbinding niet rechtsgeldig is, omdat deze in strijd is met de wettelijke bepalingen omtrent beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Er is geen bewijs dat de werknemer zich niet als goed werknemer heeft gedragen of dat er een dringende reden voor ontslag was.
De vordering tot betaling van het achterstallige loon, vermeerderd met toeslagen, een gematigde wettelijke verhoging en rente, wordt toegewezen. De vordering tot werkhervatting binnen 24 uur wordt te zwaar geacht, omdat de werkgever afhankelijk is van de opdrachtgever die de werknemer niet wenst te werk te stellen. Daarom wordt werkhervatting op termijn toegewezen, uiterlijk 1 augustus 2008, met een dwangsom bij niet-naleving.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en op termijn werkhervatting met dwangsom.