ECLI:NL:RBMAA:2008:BD9059
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 28 Wet Bopz niet-ontvankelijk wegens niet-betaling vast recht
Betrokkene heeft via zijn raadsman een verzoek ingediend tot toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 28 van Pro de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Dit verzoek werd ingediend ter gelegenheid van een verhoor in het kader van een procedure tot machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling.
De rechtbank heeft betrokkene en zijn raadsman erop gewezen dat voor de behandeling van dit verzoek een vast recht verschuldigd is. De raadsman betoogde dat geen vast recht verschuldigd zou zijn omdat het verzoek een zelfstandig verzoek zou zijn dat is ingediend ter gelegenheid van het verhoor, waarvoor geen vast recht geldt.
De rechtbank oordeelde echter dat het indienen van een verzoekschrift, ook als het ter gelegenheid van een verhoor wordt ingediend, het verschuldigd zijn van vast recht meebrengt. Dit volgt uit een juiste lezing van de Ministeriële regeling tarieven in burgerlijke zaken en de Wet tarieven in burgerlijke zaken.
Verder stelde de rechtbank dat het niet betalen van het vast recht niet leidt tot belemmering van de toegang tot de rechter, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die betrokkene niet had gesteld of bewezen. Omdat het verschuldigde vast recht niet was voldaan, kon het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
De rechtbank heeft daarom het verzoek tot schadevergoeding afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het vast recht.